Nieuws

Wij willen niet méér bouwen, wij willen beter bouwen

Topmannen Hendrik Swennen en Mathi Gijbels over de nieuwe naam Gijbels Holding.

Met de naamsverandering van Gijbels Groep naar Gijbels Holding zet het Limburgse bedrijf een volgende stap in een evolutie die al langer bezig is. Wat oogt als een logische herpositionering is in werkelijkheid het resultaat van jaren van groei, keuzes en een andere, eigen manier van kijken naar bouwen. Volgens CEO Hendrik Swennen is de nieuwe naam dan ook geen startpunt, maar een gevolg. “De naam maakt zichtbaar wat we al geworden waren.” Dat vindt ook Mathi Gijbels, zoon van oprichter Mathieu Gijbels.

“Wij bouwen aan gebouwen én aan oplossingen.”

Wanneer je binnenstapt bij Gijbels Holding voel je meteen dat dit geen klassiek bouwbedrijf is. Het gebouw ademt rust, openheid en vertrouwen. Niet toevallig is het een pand dat de firma zelf bouwde, als visitekaartje van haar eigen manier van denken. Zo overtuigend zelfs dat klanten na een bezoek al vroegen om het gebouw letterlijk te kopiëren en voor hen opnieuw te bouwen. Het zegt veel over de kracht van een plek die niet alleen functioneel is, maar ook iets vertelt over de mensen die er werken.

In de gangen, kantoren en ontmoetingsruimtes hangt kunst van Piet Stockmans, een goede vriend van Mathi Gijbels. Zijn porselein geeft het gebouw een bijna ingetogen zachtheid. Eén werk springt er bijzonder uit: een pakkend kunstwerk dat Stockmans maakte naar aanleiding van het overlijden van Mathieu Gijbels, de vader van Mathi en oprichter van het bedrijf. Het is geen decoratie, maar een herinnering aan de man die een bedrijf uit de grond stampte dat intussen zo veel meer doet dan bouwen.

Hendrik Swennen:

“Wij zijn de voorbije jaren geëvolueerd naar iets wat breder is dan een klassiek bouwbedrijf, maar dat konden we eigenlijk niet goed vertellen. Als je naar ons keek, zag je vooral het bouwbedrijf Matthieu Gijbels, terwijl daarachter altijd al een veel ruimer verhaal zat. We zijn beginnen investeren in andere activiteiten, in projectontwikkeling, in duurzame en innovatieve technieken, in energie en onderhoud, en die brengen we vandaag samen rond projecten. De naam ‘Gijbels Groep’ dekte dat niet meer. Met ‘Gijbels Holding’ maken we duidelijk dat wij een strategische partner zijn die investeert in complementaire bedrijven, maar waarbij die bedrijven wel hun eigen autonomie behouden. Het is dus geen klassieke integratie, maar een samenwerking die we organiseren als dat zinvol is voor de klant.”

Wie door het gebouw loopt, merkt dat die gedachte niet alleen op papier bestaat. Mensen groeten elkaar even hartelijk als vanzelfsprekend. Er hangt het soort bedrijvigheid waarin iedereen weet waarmee de ander bezig is en erop vertrouwt dat die dat goed doet. Het is een organisatie waarin vertrouwen niet als waarde op een muur staat, maar in de dagelijkse
omgang zichtbaar wordt.

“Wij vertrekken niet van een plan, maar van een vraag. Die evolutie vertaalt zich in een andere manier van werken, waarin we ons nadrukkelijk onderscheiden van klassieke aannemers. Wij zien onszelf niet als een verticaal geïntegreerde speler zoals je die in de sector vaak ziet. Wij bouwen een ecosysteem van bedrijven die elk sterk zijn in hun eigen domein en die we samenbrengen wanneer dat een meerwaarde creëert.”

“Dat betekent dus ook dat wij niet vertrekken van een plan dat ergens op tafel ligt en dat wij gewoon moeten uitvoeren. Wij vertrekken van de vraag van de klant. Wat wil die bereiken? Hoe gaat dat gebouw gebruikt worden? En wat betekent dat op lange termijn?”

Bij Gijbels lijkt bouwen daardoor minder te beginnen bij beton, staal of technieken, maar bij luisteren. In gesprekken valt geregeld het woord “ontzorgen”, maar het krijgt hier een bredere betekenis. Het gaat niet alleen over werk uit handen nemen. Het gaat over verantwoordelijkheid opnemen, nog voor de eerste steen gelegd is.

“Van daaruit gaan wij samen het project vormgeven: we denken mee over techniek, over stabiliteit, over materiaalkeuzes. En omdat we die zaken van bij het begin op elkaar afstemmen, vermijden we dat er later overinvesteringen gebeuren of dat systemen niet op elkaar aansluiten. Dat is voor mij echt de kern van hoe wij werken. Wij willen niet meer volume bouwen, wij willen beter bouwen.”

“Dat maakt dat je niet gewoon een gebouw oplevert en vertrekt, maar dat je eigenlijk verantwoordelijkheid blijft nemen over hoe dat gebouw functioneert. Wij hebben niet alleen nagedacht hoe dat gebouw er morgen moet uitzien, maar ook over hoe dat over 40 jaar kan zijn. We zorgen dat de klant klaar is voor elk mogelijk toekomstscenario en staan hem daar ook van a tot z in bij – van ontwerp tot onderhoud van het resultaat.”

Opvallend is dat de basis van die hele evolutie niet ontstond vanuit een strategisch plan maar vanuit een persoonlijk kantelpunt.

Hendrik Swennen:

“Voor mij begint dat verhaal eigenlijk op een moment dat ik zelf had beslist om het bedrijf te verlaten. Ik was 26, werkte als cost controller, maar had het gevoel dat sommige zaken anders georganiseerd moesten worden.”

De eerste indruk die Mathi Gijbels maakt, is die van iemand die tegelijk aanwezig en terughoudend is. Hij spreekt bedachtzaam. Niet om zichzelf op de voorgrond te plaatsen, maar om het verhaal juist te krijgen. Zijn manier van vertellen typeert nog altijd de nabijheid en warmte van het familiebedrijf dat zijn vader oprichtte. Tegelijk is er de nuchterheid van iemand die weet dat vertrouwen geven soms meer moed vraagt dan controle houden. Het moment dat Hendrik eraan dacht het bedrijf te verlaten, leidde tot een ingrijpende beslissing van Mathi Gijbels, tot 2016 CEO van de groep.

Mathi Gijbels:

“Ik heb op een uniek moment heel bewust gekozen om Hendrik kansen te geven. Hij gaf aan dat hij wou vertrekken, en dat was voor mij het signaal dat ik iemand dreigde te verliezen die een grote meerwaarde had voor het bedrijf. Ik heb alle rollen binnen het bedrijf zelf gedaan in het verleden, en ik wist hoe belangrijk het is om de juiste mensen op de juiste plek te hebben. Dus heb ik beslist om Hendrik de leiding over het bedrijf te geven. Hij was pas 29, dus dat was geen evidente keuze, maar wel één waar ik vandaag nog altijd volledig achter sta en die ons gebracht heeft waar we nu staan.”